Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Waarom wordt aluminiumcarbonaat door water gehydrolyseerd ?

18. TIN (Sn = 118.5).

1. Geef voorbeelden van reacties, waaruit blijkt, dat stannochloride een reductiemiddel is.

2. Wat neemt men waar en aan welke reacties is het waargenomene toe te schrijven, a. wanneer men langzamerhand een overmaat natronloog aan stannichloride toevoegt, 6. als men tin verwarmt met zoutzuur, c. als men tin overgiet met sterk salpeterzuur?

3. Schrijf de reactievergelijkingen op voor het oplossen van stannosulfide in geel zwavelammonium en de inwerking van zoutzuur op de verkregen oplossing.

4. Hoe wordt stanni- en hoe stannochloride bereid?

19. LOOD (Pb = 207).

1. Hoe kan men aantonen, dat loodwit is: a. een carbonaat, b. een loodverbinding? Uit loodwit kan 11.4% kooldioxyde ontstaan; leidt hieruit af, dat loodwit niet normaal loodcarbonaat is en welk soort van carbonaat het dan wel is.

2. Welke stoffen ontstaan bij verhitting van ammoniumnitraat, kaliumnitraat, loodnitraat, • ammoniumchloride, natriumhydrocarbonaat, loodwit?

3. Wat ontstaat er, wanneer men een oplossing van lOodacetaat met loodoxyde schudt?

4. Als resultaat van de qualitatieve analyse van een enkelvoudig zout vindt men, dat het zout is loodcarbonaat. Welke proeven heeft men moeten nemen om dit vast te stellen?

5. Wat neemt men waar, wanneer men bij een oplossing van loodnitraat langzamerhand een overmaat kaliloog toevoegt? Aan welke reactie is het waargenomene toe te schrijven?

6. Wat weet ge van het oplosbaarheidsproduct van PbS te vertellen? Is dit groter of kleiner dan dat van ZnS? Waaruit leidt ge dit af?

Sluiten