Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. Hoe bereidt men in het laboratorium zwavelwaterstof, zwaveldioxyde, de beide oxyden van koolstof en de beide oxyden van stikstof met het laagste zuurstofgehalte ? Hoe bepaalt men van deze gassen de moleculairformule ?

22. Hoe kan men zonder vrij chloor te gebruiken uit zink maken vast zinkchloride, uit ijzer vast ferrichloride ?

23. Men brengt lood in gesmolten salpeter; men vermengt een oplossing, die kaliumbichromaat en zwavelzuur bevat, met aethylakohol en verwarmt; men voert zwaveldioxyde in broom-^ water. Wat neemt men in elk der gevallen waar en waaraan is het waargenomene toe te schrijven?

24. Wat verstaat men onder exotherme en endotherme verbindingen en wat weet ge van het ontleden dezer verbindingen ? Noem van ieder een voorbeeld.

25. Geef een voorbeeld van een hydroxyde, dat zoowel zuur als base kan zijn. Uit welke reacties blijkt dit dubbele (amfotere) karakter? Wat valt over de ionisatieconstante op te merken ?

26. Men voegt bij een oplossing van natriumzinkaat langzamerhand verdund zwavelzuur; men overgiet menie met verdund salpeterzuur. Wat ziet men in deze beide gevallen gebeuren en aan welke reacties is het waargenomene toe te schrijven ?

27. Welke reactie geschiedt als men salpeterzuur voegt bij een oplossing van ferrosulfaat, waaraan zwavelzuur is toegevoegd? Wat neemt men bij deze reactie waar?

28. Hoe reageert a. arseentrioxyde met natronloog, b, zwavelammonium met een oplossing van aluminiumsulfaat?

29. Welke reacties hebben plaats bij flinke verhitting van: a. natriumbicarbonaat, b. mercurinitraat, c. ammoniumchloride, d. gekristalliseerd kopersulfaat?

30. Men verhit waterdamp in een gesloten vat op zoodanige temperatuur, dat de helft gedissocieerd is. Wat is het gewicht van 1 liter van deze gedissocieerde damp, vergeleken bij het gewicht van 1 liter waterstof van dezelfde temperatuur en spanning? Wat zegt de wet van Guldberg en Waage (de massa-

Sluiten