Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

temperatuur constant blijft, b. bij verhoging van de temperatuur, terwijl de druk constant blijft.

80. Wat is de dampdichtheid van damp van: a. ammoniumchloride, 6. van fosforpentachloride, c. van joodwaterstof, wanneer de dissociatiegraad x/4 is?

81. Wat is de dampdichtheid van geozoniseerde zuurstof, die 2 volume-% ozon bevat?

82. Welke proeven moet men verrichten om quantitatief de samenstelling van een mengsel van zuurstof, stikstof en kooldioxyde te bepalen?

83. Noem zure en basische reductiemiddelen. Noem ook zure en basische oxydatiemiddelen.

84. Welke proeven zoudt ge nemen om een complex zout van een dubbelzout te onderscheiden?

85. Verklaar met behulp der ionentheorie, dat kooldioxyde geen neerslag teweeg brengt in een oplossing van zinksulfaat, b. kaliumchloride een neerslag kan veroorzaken in een oplossing van kaliumchloraat, c. marmer oplost in verdund salpeterzuur, d. een soda-oplossing alkalisch reageert, e. een oplossing van ferrichloride zuur reageert, ƒ. een oplossing van zwavelnatrium naar zwavelwaterstof ruikt.

86. Men verhit: a. een mengsel van mangaanchloride, kaliumhydroxyde en een oxydatiemiddel, b. loodwit, c. een oplossing van ammoniumsulf aat met een oplossing van natriumhydroxyde en houdt er boven een glasstaaf met een druppel zoutzuur. Geef door vergelijkingen weer wat men waarneemt.

87. Bespreek een methode ter bereiding van: a. kaliumchloraat, b. kopersulfaat, c. gewoon glas, d. orthofosforzuur.

88. Welke middelen kent ge om het evenwicht:

A + 2B ^ 2C + D — Q cal.

naar rechts te verschuiven? Alle vier stoffen zijn gasvormig, terwijl B zich bovendien in vaste toestand bevindt. Beredeneer uw antwoord.

89. Wat verstaat men onder reactiesnelheid? Hoe luidt de wet van Guldburg en Waage? Wat verstaat men onder een

Sluiten