Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Een organische verbinding bestaat volgens de analyse uit: 63.78% C, 5.76% H en 3.32% N. Welke is haar eenvoudigste formule?

2. ALIFATISCHE KOOLWATERSTOFFEN.

(Alkanen: CnH2n + 2; Alkenen CnH2n; Alkynen CnH2n.2)

1. Geef de structuurformules van: 2.2 dimethylbutaan; 2. methylbutadiëen 1.3 of isopreen.

2. Hoe kan men aantonen, dat „gekraakte benzine” onverzadigde verbindingen bevat?

3. Welke producten ontstaan bij verhitting van een mengsel van methyl jodide, aethylchloride en natrium?

4. Op welke wijzen is butaan te bereiden?

5. Welke producten kunnen ontstaan, wanneer men acetyleen tot verzadiging zoutzuurgas laat adderen?

6. Hoe bewijst men, dat de formule van moerasgas is CH4?

7. Wat ontstaat bij inwerking van alkoholische kali op propylbromide ?

8. Geef de structuur en de namen van de pentanen.

9. Men laat op 1 mol aetheen 1 mol chloor inwerken en verhit het verkregen product daarna met monochloormethaan en natrium. Welke producten kunnen zoal ontstaan?

10. Hoe kunnen met eenvoudige toestellen worden bereid: methaan, aethyleen, aethyn?

11. Hoe kan men de bestanddelen van een mengsel van aetheen en aethyn van elkaar scheiden?

12. Welke koolwaterstoffen kent ge, waarvan de moleculen twee koolstof atomen bevatten? Geef van elk van deze verbindingen één bereidingswijze en één chemische eigenschap (of een reagens), waaruit blijkt tot welke soort koolwaterstof zij behoort.

13. Hoe werkt natriumhydroxyde op kaliumpropionaat ?

Sluiten