Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. ALKOHOLEN.

(AlkanolenCnH2n + 2O, diolen en triolen).

1. Hoe kan men uit methaan aethylalkohol en hieruit isopropylalkohol bereiden?

2. Hoe kan men een verestering zoveel mogelijk doen aflopen?

3. Welke zijn de verschillen tussen basen en alkoholen?

4. Op welke wijzen zijn propanol 1 en propanol 2 te bereiden? Hoe zijn zij van elkaar te onderscheiden?

5. Hoe wordt door elementair-analyse de samenstelling van aethylalkohol bepaald en hoe wordt de moleculairformule van die stof gevonden?

6. Toon door de vergelijkingen in structuurformules op te schrijven aan, dat er geen verschil bestaat tussen de werkingen van fosfortrichloride, van fosforpentachloride en van natrium op een alkohol of op water.

7. Wat weet ge van de bereiding, de eigenschappen en de oxydatieproducten van de tweewaardige of tweeatomige alcoholen (glycolen) ?

8. Wat is een asymmetrisch koolstof atoom ? Schrijf de structuurformules van twee willekeurige antipoden.

9. Hoe kan men uit een verzadigde alkohol met één hydroxylgroep maken een verzadigde koolwaterstof met evenveel koolstof atomen per molecule als die alkohol?

10. Hoe kan men aantonen, dat glycol twee hydroxylgroepen bevat?

11. Welke stoffen kunnen ontstaan bij de inwerking van zwavelzuur op aethylalkohol?

12. Hoe werkt kaliumaethylaat op water en hoe op isopropylbromide?

13. Geef de structuurformules van twee alkoholen met 5 atomen koolstof (amylalkoholen), die optische activiteit vertonen.

14. Uit aethanol aethyn te bereiden en uit benzeen benzylalkohol en ook omgekeerd.

Sluiten