Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. AETHERS.

(Alk-oxy-alkaan Cn H2n+30)

1. Welke verbindingen zijn isomeer met diaethylaether?

2. Welke verbindingen krijgt men bij inwerking van zwavelzuur op secundair butylalkohol?

3. De formule C2H60 kan zowel een alkohol als een aether voorstellen. Welke zijn die en welke zijn hun structuurformules? Geef van beide een vormingwijze, waaruit dat verschil in structuur kan worden afgeleid. Welke andere werkingen pleiten ook voor die structuur?

4. Op welke wijzen kan men methylaethylaether bereiden en welke zijn de bijproducten daarbij?

5. Geef de namen en de structuur van één aether, van één primair, van één secundair en van één tertiair alcohol, die alle de formule C4H10O hebben. Hoe kan men onderzoeken of een zekere vloeistof C4H10O een alkohol of een aether is en hoe of het een primair of secundair alkohol is?

6. Hoe kan men uit methaan aeth-oxy-propaan bereiden?

7. Welke verbindingen hebben de formule C3H80? Hoe heten zij?

8. Geef de structuur van methylfenylaether, diisopropylaether.

8. FENOLEN.

1. Door welke reacties kan men van benzoëzuur komen tot fenol?

2. Welke zijn de verschillen en welke de overeenkomsten tussen fenolen en alkoholen?

3. Geef de vergelijking van de inwerking van salpeterzuur op fenol. Hoe werkt kaliloog op het verkregen organisch product?

4. Hoe kan men methylfenylaether krijgen, wanneer men als organische producten alleen benzol en methaancarbonzuur tot zijn beschikking heeft?

5. Welke zijn de isomeren van benzylalkohol en hoe heten zij?

Sluiten