Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ZWEMONDERWIJS

len, maar één geheel is, zooals alle menschelijke bewegingen één geheel vormen. Bij het uitvoeren van geen enkele handeling als b.v. het werpen van een bal, het wasschen van voorwerpen, het fietsen of welke andere handeling dan ook, wordt de uit te voeren beweging in stukjes verdeeld en rukbewegingen gemaakt. Alle bewegingen vloeien in één en vormen één geheel.

Het is onnatuurlijk de zwembeweging in stukjes te verdeelen, zooals bij de hengel-methode het geval is.

Bij het natuurlijk zwemonderricht is het leidende principe het opwekken van het zelfvertrouwen en het benutten van het gevoel. De leerlingen moeten ondervinden, duidelijker misschien leeren aanvoelen, dat zij door het water gedragen worden en dat het drijfvermogen afhankelijk is van de in de longen aanwezige hoeveelheid lucht. Dit houdt zonder meer in, dat daarvoor niets meer noodig is dan de leerling en het water. Hulpmiddelen als hengels, kurken, bussen enz. kunnen daarbij niet gebruikt worden, omdat deze hulpmiddelen verhinderen het zuiver en volledig aanvoelen van den opwaartschen druk van het water en het opwekken van hét zelf vertrouwen.

De geheele methode van natuurlijk zwemonderricht is er op ingesteld, dat de leerling het doel van iedere beweging aanvoelt. Daar gaat het om. Het is onnatuurlijk de leerlingen allerlei bewegingen te laten uitvoeren, waarvan zij het doel en resultaat niet aanvoelen of onvoldoende aanvoelen, omdat hulpmiddelen gebruikt worden.

Zwemmen leeren moet voorts voor de leerlingen even goed een spel zijn als loopen of fietsen leeren. Zwemmen leeren kan een spel zijn als de toegepaste methode volgt en verbetert de spelenderwijs door de leerlingen uit eigen beweging uit te voeren oefeningen.

Spelenderwijs dienen wij met de leerlingen de watervrees te overwinnen, waarbij de fantasie van den onderwijzer door het telkens uitdenken van nieuwe spelletjes in knie- heup- en borstdiep water een groote rol speelt. Het behoeft waarlijk geen nader betoog, dat de zwemonderwijzer zelf moet meespelen en het voorbeeld moet geven. De geheele methode van natuurlijk zwemonderwijs eischt trouwens een voortdurend mee- en voordoen van den onderwijzer. Immers het voorbeeld wekt vertrouwen en geeft den leerlingen een veel duidelijker beeld dan een mondelinge explicatie.

Sluiten