Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BORSTCRAWL

Afb. 24. Beenbeweging in ligsteun. De knie van het onderste

been is volledig ontspannen.

wordt doorgehaald tot dicht bij de heup. Op het eind van den doorhaal wordt geen kracht meer gebruikt en laat men den arm als het ware uitloopen. Tegelijkertijd wordt door een buiging in de elleboog de onderarm (in voorwaartsche richting) uit het water getrokken. De bovenarm komt daarbij vanzelf boven water, hetgeen bovendien bevorderd wordt, omdat tegelijkertijd de andere arm in het water gestoken wordt en de schouders, zij het dan ook slechts zeer weinig, wentelen. De elleboog wordt nu sterker gebogen en de arm zoo dicht mogelijk langs het lichaam en bij het wateroppervlak naar voren gebracht.

Er is geen enkel bezwaar tegen den arm in het water te steken. Het heeft geen zin den arm zoover mogelijk boven water naar voren te brengen en min of meer plat op het water te leggen en vanuit deze houding den doorhaal te beginnen. Immers bij het begin van dezen doorhaal wordt het water niet naar achteren geduwd, maar naar onderen, hetgeen voor de voortbeweging van zeer weinig waarde is. Evenals bij de beenbeweging geschiedt de armbeweging om beurten. Wordt de eene arm door het water gehaald, dan wordt de andere arm boven water naar voren gebracht.

Vele zwemmers hebben moeilijkheden met het uit het water brengen en over het water heenhalen van den arm. Gedeeltelijk wordt dit veroorzaakt door een diepere ligging, gedeeltelijk door een onvoldoend aanvoelen van de juiste beweging. Deze moeilijkheid is te ondervangen door den arm door te halen tot bij

Manger, Zwemmen .

Sluiten