Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STARTEN EN KEEREN

Afb. 35. Het lichaam schuift op het water.

deze start zal de snelheid minder groot zijn, maar daar staat echter tegenover, dat de zwemmer beter kans heeft vlak op het water te glijden. De zwaai met de armen bij de andere wijze van starten is oorzaak, dat niet altijd alleen in horizontale richting effect bereikt wordt, maar dikwijls ook in opwaartsche richting, waardoor een glijden op het water moeilijker wordt.

Welke start de voorkeur verdient is zooals gezegd een zuiver individueele kwestie. De een doet het liever zoo de ander zus. Tegenover voordeel en staan nadeel en. Het gaat er tenslotte maar om welke beweging de zwemmer het beste ligt.

Het hoofd wordt in het verlengde van den romp gehouden. Weliswaar kan men door het hoofd wat op te heffen de strekking van het lichaam vergemakkelijken, maar met het opgeheven hoofd wordt door de snelheid het water met kracht tegen het gezicht geslagen, hetgeen zeer pijnlijk is. Bovendien veroorzaakt een opgeheven hoofd een grooter weerstandsvlak en als gevolg daarvan onmiddellijk een grootere remming.

Het zeer beslist fout gedurende de start of onmiddellijk na de start met de zwembeweging aan te vangen. Wanneer de start krachtig en zuiver uitgevoerd wordt, is de snelheid van het lichaam in het eerste (zij het dan ook zeer korte) oogenblik zoo groot, dat de zwemmer door de beweging niet in staat zal zijn de snelheid te handhaven, laat staan te vergrooten. D.w.z. in de eerste oogenblikken zal de beweging remmend werken.

Voor den wedstrijdzwemmer is het van belang zoo vlak mogelijk op het water te glijden om zoo spoedig mogelijk met den zwemslag te kunnen aanvangen. Zou het lichaam eenigszins een boog door het water beschrijven dan blijft het lichaam te lang onder water, waardoor de armbeweging (bij het crawlzwemmen) niet

%

Sluiten