Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWEMINRICHTINGEN EN WEDSTRIJDEN

lingen een slag wordt gezwommen, die hen volkomen ligt. Daarom dient hij er zich in hoofdzaak toe te bepalen de uit eigen beweging door den leerling uit te voeren zwemslag te perfectioneeren. Van zelf sprekend zal het wel eens lukken ingrijpende wijzigingen in den zwemslag aan te brengen, hetgeen vooral bij zeer jonge leerlingen het geval kan zijn, maar doorgaans zullen dergelijke wijzigingen een mislukking worden.

De trainer zal zich dus — indien noodig — tot kleine verbeteringen moeten bepalen, doch eerst zal hij moeten vaststellen welke zwemslag de leerling het beste zwemt en welke slag hem het beste ligt. Daarbij zal hij voor een niet onbelangrijk deel op de mededeelingen van den leerling zelf moeten afgaan, omdat het bij tal van leerlingen niet te zien is of zij beter met den rug- dan met den borstslag een poging kunnen doen om betere successen te bereiken. Bij de keuze van den zwemslag moet natuurlijk ook rekening worden gehouden met het uithoudings-vermogen van den leerling. Het is een absoluut individueele kwestie met welken zwemslag de leerling het beste resultaat met de minste inspanning bereikt. Doorgaans zal de slag, welke den leerling het beste ligt hem ook het minst vermoeien. Wanneer het doel van de training is om fenomenale resultaten op een bepaalden afstand te bereiken, dan verdient het geen aanbeveling verschillende zwemslagen gelijktijdig te beoefenen. De in training zijnde leerling kan zich in den regel het beste bij één zwemwijze houden, maar behoeft zich daarbij niet tot een zekeren afstand te bepalen. Er dient echter niet gelijktijdig op de langen en korten afstand geoefend te worden.

Zooals gezegd zal de trainer het beste resultaat met zijn leerling bereiken, wanneer hij er zich toe bepaalt den zwemslag door kleine verbeteringen te perfectioneeren. Deze verbeteringen kunnen op zich zelf heel belangrijk zijn en menigmaal een aanzienlijke verhooging der snelheid beteekenen. De leerling zal echter het resultaat van de aangebrachte verbetering in zijn zwemwijze goed moeten aanvoelen, omdat dan alleen sprake van winst kan zijn.

Wij hebben er zoo juist op gewezen, dat de taak van den trainer minder moeilijk is dan die van den zwemonderwijzer. Ontegenzeggelijk is het werk van den zwemonderwijzer heel wat moeilijker, omdat deze in verreweg de meeste gevallen te maken heeft met leerlingen zonder uitgesproken aanleg. Het zal wel geen

Sluiten