Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWEMINRICHTINGEN EN WEDSTRIJDEN

Afb. 50. In deze inrichting is niet veel werk voor den trainer. Het diepe bassin is vrijwel leeg. Men zit in de zon of speelt in het ondiepe bassin.

voorkomen, dat weinig te verbeteren valt, maar wel zal het veelvuldig voorkomen, dat de leerlingen al oefende allerlei foutieve bewegingen gaan maken en herhaaldelijk kunnen wij zien, dat zij het een of ander gaan verwaarloozen. Onnoodig te zeggen, dat het de taak van den trainer is te voorkomen, dat de leerlingen van den goeden weg afdwalen. Ook zal de trainer zien, dat de leerlingen in het verlangen steeds sneller te gaan, de bewegingen te vlug gaan uitvoeren, waardoor niet meer sprake is van een krachtig wegduwen van het water, maar van een door het water snijden van armen en beenen, afgescheiden nog van het feit, dat daardoor aan de afwerking van den slag wel het noodige zal gaan ontbreken. Bij herhaling komt het voor, dat het practische resultaat van de spurt minder snelheid beteekent en bij voortduring kan men op de wedstrijden zien, dat hij of zij, die de laatste baan met den zelfden rustigen en krachtigen slag uitvoert, als de eerste baan de naast hem of haar liggende spurtende zwemmer of zwemster met gemak voorbij gaat. De spurt kan alleen van waarde zijn, wanneer de vluggere beweging niet ten koste gaat van de kracht, waarmee de beweging uitgevoerd wordt en van de technisch zuivere uitvoering.

Het is naar onze meening in het geheel niet noodig, dat de leerling uitsluitend oefent, d.w.z. alleen te water gaat om te oefenen. Er bestaat niet het minste bezwaar tegen, dat de leerling na

Sluiten