Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TRAINER

de oefening nog wat vrij gaat zwemmen of deelneemt aan één van de vele spelen. Hij mag daarbij gerust doen en laten wat hij wil en iederen zwemslag zwemmen, mits de leerling er voor zorgt, dat wanneer hij buiten den oefentijd den zwemslag zwemt, waarop hij traint, deze slag ook gedurende het spel in de perfectie wordt uitgevoerd en geen enkel onderdeel verwaarloosd wordt.

Verreweg het belangrijkste deel van de geheele training is de training van het uithoudingsvermogen. De technisch zuivere uitvoering van den zwemslag moge een grooten rol spelen, van veel en veel grooter beteekenis is het uithoudings-vermogen. Wij willen geen afbreuk doen aan de prestaties van onze trainers, maar dat neemt niet weg, dat de meeste zwemmers huneersten prijs of kampioenschap vrijwel uitsluitend te danken hebben aan hun enorme kracht en uithoudings-vermogen. Wij hebben zwemmers gezien, die technisch uitgesproken slecht zwommen, maar dank zij een geweldige kracht en een buitengewoon uithoudingsvermogen een formidable snelheid wisten te bereiken en wereldkampioenschappen veroverden. Wij hebben alle respect voor de techniek, maar op het uithoudingsvermogen komt het aan. Laten onze trainers dit toch wel bedenken.

De eenige weg om het uithoudingsvermogen te versterken is, de regelmatige zeer langzaam zwaarder wordende training. Dat zwaarder maken der oefeningen kan bestaan in het verlengen van de baan en in het opvoeren van het tempo der beweging. Deze opvoeringen moeten zeer geleidelijk geschieden en de in training zijnde leerling moet onmiddellijk stoppen, wanneer hij merkbaar vermoeid, omdat aan de zuivere uitvoering van den zwemslag groote schade wordt gedaan, wanneer deze wordt uitgevoerd door vermoeide leerlingen.

Traint men nu b.v. voor de 200 meter dan wordt begonnen alle aandacht te wijden aan de zuivere uitvoering van den zwemslag en baantjes gezwommen, die den leerling niet vermoeien en dus niet langer zullen zijn dan 50 of 60 meter. De eerste weken worden 4 of 5 van deze baantjes met flinke tusschenpoozen gezwommen, later wat meer. De tusschenpoozen dienen er voor, dat de leerling flink kan rusten, zoodat hij frisch voor ieder nieuw baantje start. Eerst wanneer de leerling in staat is dergelijke afstanden met een goeden slag zonder eenige zicht- of merkbare vermoeidheid te zwemmen kan de afstand langzaam worden opgevoerd. Het is

Sluiten