Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WATERPOLOSPEL

Wij kennen o.m. een zijdelingschen en achterwaartschen worp, den gewonen worp en den worp in rugligging. Feitelijk dient de speler in iedere houding en positie te kunnen werpen. Een schot op doel wordt doorgaans alleen gedaan, wanneer de houding van het lichaam daarvoor in gunstige positie is of gebracht is, omdat slechts in een beperkt aantal houdingen van een zuiver en krachtig schot sprake kan zijn.

Op bovenstaande foto is een van de meest bekende worpen afgebeeld. Uit deze houding kan het zuiverste geschoten worden en het beste geplaatst. Gedurende het spel zal het echter weinig voorkomen, dat de speler dezen worp kan toepassen. De beneden arm is geheel uit het water, de bovenarm ongeveer gelijk met de oppervlakte van het water. Alvorens den bal te plaatsen wordt de bovenarm wat meer uit het water gehaald en de geheele arm minder gebogen. Bij een worp of schot is de arm nimmer gestrekt en meestal zal onvoldoende tijd beschikbaar zijn om den bovenarm geheel uit het water te halen. Met den schouder in het water kan echter zeer wel een zuivere worp of een krachtig schot gelost worden. Indien de bal over grooten afstand moet worden geplaatst of een zeer krachtig schot gegeven moet worden zal de arm eerst een flink eind naar achteren moeten worden gebogen om door een Hinken zwaai den bal groote snelheid te geven.

Sluiten