Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WATERPOLOSPEL

en meer voorspeler wordt. Daardoor kan menig gevaarlijk moment voor de tegenpartij ontstaan. Mislukt de aanval echter en heeft de voorspeler van de tegenpartij den opzwemmenden achterspeler niet gevolgd, dan kan zoo’n mislukte aanval de partij van den achterspeler noodlottig worden.

De achterspeler zal er steeds voor moeten zorgen, dat hij zich opstelt tusschen den voorspeler en het doel in, dus achter den voorspeler. Komt hij voor dezen speler te liggen dan zal de bal over zijn hoofd naar den voorspeler geworpen worden, die daardoor in ongedekte positie voor open doel een pracht kans krijgt om te scoren. Ook zal de achterspeler, die minder snelheid kan ontwikkelen dan de voorspeler op moeten passen, dat hij door den voorspeler niet te ver van het doel wordt afgetrokken, waardoor deze in staat zou kunnen zijn bij het zwemmen naar het doel een belangrijken voorsprong te verkrijgen, waardoor deze wederom in vrije positie voor het doel komt te liggen.

Thans nog een en ander over spelregels. Het speelveld mag niet langer zijn dan 30 meter en niet korter dan 19 meter. De maximum breedte bedraagt 20 meter. Over het veld zijn een aantal denkbeeldige lijnen gespannen n.1. op 2 en 4 meter afstand van het doel en over het midden van het veld. Deze lijnen worden aan den zijkant van het veld door duidelijk zichtbare vlaggetjes

Sluiten