Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHOONSPRINGEN

een bepaalde aanwijzing te geven, waardoor een of andere moeilijkheid of fout ondervangen kan worden, maar voor het allergrootste deel komt het op het gevoel van den leerling aan. Natuurlijk kan de leerling wel gezegd worden hoe een sprong in elkaar zit, maar een dergelijke mededeeling is meer een nadere verklaring van den sprong dan een aanwijzing hoe de sprong uitgevoerd en aangeleerd kan worden. Voor het

Afb. 69.

aanleeren der sprongen geldt precies het zelfde wat gezegd werd over

den aanloop met afzet. De leider kan de leerling

mededeelen, dat hij 3 of 4 passen moet doen, daarna met een voet moet afzetten voor den voorsprong naar de punt van de plank, daarna beide beenen moet sluiten en trachten moet de plank zoo diep mogelijk neer te duwen, waardoor bij den opsprong op een flinken steun van de terugspringende plank gerekend kan worden. De leider kan het voorbeeld geven, kan de leerling wijzen op het gebruik der armen, maar het gevoel voor het rythme en de samenhang der bewegingen kan de leider den leerling al heel moeilijk bijbrengen. Bij de beoefening van het schoonspringen is de leerling dan ook heel sterk op zich zelf aangewezen, al zal de leider door allerlei eenvoudige oefeningen het gevoel van den leerling wel eenigszins kunnen ontwikkelen.

Intusschen is de medewerking van een trainer of leider voor hem of haar, die zich voor het wedstrijd-springen wil voorbereiden onontbeerlijk. Immers de springer kan zelf niet zien, wat hij fout doet en menigmaal meent de springer, dat hij geheel gestrekt

Sluiten