Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 cm ss 500 kg, voor kleine krachten: 1 cm = I kg of 1 cm = 2 kg, enz.

Denk er om: 1 cm = 10 mm!

De pijl wijst de richting aan, waarin een kracht werkt. In fig. 10 werkt de kracht naar rechts. Het linkeruiteinde geeft het aangrijpingspunt van de kracht aan.

OPGAVEN.

1. Teken een horizontale kracht van 7 kg, die naar links werkt. Gebruik de krachtenschaal 1 cm = 1 kg.

2. Teken een horizontale kracht van 30 kg, die naar rechts werkt. 1 cm = 5 kg.

3. Teken een kracht van 500 kg, die rechts omhoog werkt en een hoek van 30° met de horizon maakt. 1 cm = 100 kg.

4. Teken een kracht van 55 kg, die onder een hoek van 30° met de horizon links omhoog werkt. 1 cm = 10 kg.

5. Teken een vertikale kracht van 200 kg, naar beneden werkende. 1 cm = 50 kg.

6. AB is een vertikale lijn van 1£ cm. (A boven). Teken in A een horizontale kracht van 24 kg naar rechts en in B een gelijkgerichte kracht van 16 kg. 1 cm s 4 kg.

7. AB is een vertikale lijn van 2 cm. Teken in A eén horizontale kracht van 8 kg naar links en in B een tegengesteld-gerichte kracht van 6 kg. 1 cm = 2 kg.

8. Teken twee krachten, in hetzelfde punt aangrijpende. Kt = 32 kg en werkt horizontaal naar rechts, K2 = 28 kg en werkt rechts naar beneden onder een hoek van 60° met Kx. 1 cm = 8 kg.

9. AB is een horizontale lijn van 6 cm. Op onderlinge afstanden van 1 cm Werken er 7 vertikale krachten op van links (A) naar rechts: 200 kg, 350 kg, 400 kg, 250 kg, 200 kg, 300 kg en 450 kg. Alle krachten werken naar beneden. Teken die krachten. Kies zelf een krachtenschaal.

10. Zie vr. 9. Teken de krachten, als die van 350, 250 en 300 kg vertikaal naar boven werken.

Sluiten