Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 6.

Evenwijdige krachten.

Bepalen van grootte en richting der resultante.

Wanneer we twee of meer krachten vervangen door één kracht, die dezelfde uitwerking (resultaat) heeft, worden die krachten vervangen door hun resultante. Het bepalen van die resultante noemt men het resulteren van die krachten.

Het resulteren van evenwijdige krachten is ieder bekend. Als op een weegschaal 2 gewichten van 2 ons en 1 van 1 ons staan, kunnen we ze vervangen door 1 gewicht van 1 pond. Hangt aan een touw een gewicht van 1 kg en nog zo’n gewicht, dan kunnen we die vervangen door één van 2 kg.

Als evenwijdige krachten in dezelfde richting werken, is hun resultante even groot als de krachten samen.

De resultante van evenwijdige, gelijkgerichte krachten is gelijk aan hun som, en werkt in dezelfde richting.

Trekken twee jongens met gelijke kracht in tegengestelde richting aan een touw, dan is er evenwicht. De resultante van twee gelijke tegengesteld-gerichte krachten is nul.

Wanneer de jongens niet even sterk zijn, is er geen evenwicht: de sterkste wint het. In de werktuigkunde zegt men: De resultante van twee, niet gelijke, tegengesteld-gerichte krachten werkt in de richting van de grootste kracht en is gelijk aan hun t&é&chili

Werken er meer dan twee evenwijdige krachten, dan resulteert men eerst alle gelijkgerichte, zodat er twee tegengestelde overblijven, die daarna worden geresulteerd.

Voorbeeld:

Een ballon weegt met pasga^éef,""ballast, enz. 540 kg. De lucht geeft er een opwaartse druk aan van 600 kg. Hoe groot is de stijgkracht?

Oplossing:

De kracht van 540 kg werkt vertikaal naar beneden, die van 600 kg vertikaal omhoog. De resultante is 600 kg •— 540 kg =s 60 kg vertikaal omhoog. De stijgkracht is dus 60 kg.

Sluiten