Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPGAVEN.

Bepaal plaats, richting en grootte van de resultante der volgende krachten. Kx werkt in A, K2 en B, Z A is de hoek tussen Kx en AB, Z B is de hoek tussen K2 en BA:

1. AB = 70 cm;K1= 10 kg;

K2= 8 kg;ZA= 90°;ZB= 30°.

2. AB= 2 cm;K1 = 520 kg;

K2= 680 kg;ZA= 150°;ZB= 130°.

3. AB= 14 cm;K1= 170 kg;

K2= 275 kg;ZA= 30°;ZB= 70°.

4. AB= 6 cm; Kt = 2200 kg;

K2= 1900 kg;ZA= 75°;ZB= 40°.

5. AB= 1.80 m; Kx = 150 kg;

K2= 130 kg;ZA= 110°;ZB= 140°.

6. AB= 2,50 m;K!= 0,5 kg;

K2= 0,4 kg;ZA= 67°;ZB= 22°30'.

7. AB = 65 cm; Kx = \\ %7,5kg;

K2= <820|\'kg;ZA= 18°;ZB= 90°.

8. AB= 12,5 cm;K1= 75 kg;

K2= 60 kg;ZA=U6°;ZB—153°.

9. AB= 4^ dm;Kx= 240 kg;

K2= 320 kg;ZA= 50°;ZB= 40°.

10. AB= 1,5 m;^'^ 18 kg;

K2= 24 kg;ZA= 55°;ZB= 45°.

Fig. 23 stelt de bepaling van grootte, richting en plaats

§12.

De krachtendriehoek.

van de resultante van Kx en K2 voor.

Z DAB = 60°.

Vergelijken we AABC met A ACD, dan zien we, dat ze congruent zijn. BC = AD. Z A en Z B zijn samen 180°, dus Z B = 180° — 60° = 120°

KT

1 cm = 2 kg. Fig. 23.

Sluiten