Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Werkt een kracht op een staaf, dan kan het gevolg zijn:

Fig. 31a. Fig. 316. Fig. 31c. Fig. 31d. Fig. 31e.

een trekkracht, fig. 31a;

een drukkracht, fig. 316;

een buigkracht, fig. 31c;

een druk- en een buigkracht, fig. 3lef;

een trek- en een buigkracht, fig. '31e.

3. Zijn 2 staven scharnierend verbonden en werkt op het punt van 'samenkomst een kracht, dan ontstaan in die staven krachten in de richting van die staven:

twee trekkrachten, fig. 32a; twee drukkrachten, fig. 326; een trek- en een drukkracht, fig. 32c.

4. Werkt een kracht loodrecht op een vlak, dan neemt het vlak die druk op (normaaldruk).

5. Werkt een kracht schuin op een vlak, dan ontstaat normaaldruk (dus een kracht, loodrecht op het vlak) en een kracht, evenwijdig aan het vlak.

Sluiten