Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Van een kapspant is het ene spantbeen 2 m, het andere 3,46 m. De afstand tussen de voetpunten is 4 m. Op het bevestigingspunt van de spantbenen wordt een kracht van 2000 kg uitgeoefend. Bepaal de spanning in elk spantbeen.

§16.

Evenwichtmakende krachten.

Wanneer een voorwerp t.o.v. een ander voorwerp in rust is, bestaat er evenwicht.

Elk voorwerp, dat staat, hangt, enz. wordt op zijn plaats gehouden door een stelsel van krachten, dat in evenwicht is.

Staat een voorwerp op een horizontaal vlak, dan oefent het vlak een vertikaal omhooggerichte druk uit, die even groot is als het gewicht van het voorwerp. Deze reactiekracht maakt evenwicht met de zwaartekracht en wordt daarom evenwicht¬

makende kracht genoemd.

Wanneer 2 krachten evenwicht maken, zijn ze even groot en werken tegengesteld langs dezelfde lijn.

Zijn 3 krachten in evenwicht, dan is elk der krachten gelijk en tegengesteld gericht aan de resultante der beide andere.

In fig. 36 zijn 3 krachten voorgesteld, die evenwicht maken: K2 en K3. R is de

resultante van K2 en K3. R is evengroot als en tegengesteld-gericht aan Kx.

Drie niet-evenwijdige krachten, die samen in evenwicht zijn, werken langs lijnen, die elkaar in één punt.snijden. Zijn van 2 der krachten richting en grootte bekend, fig. 37a, dan kan de derde kracht bepaald worden m.b.v. een krachtendriehoek, fig. 37b. De pijl van de evenwichtmakende kracht is juist

Sluiten