Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de deur tegen de muur wordt gedrukt?

16. Het moment van Kx t.o.v. A is — 1250 kgm . 1^=375 kg en werkt loodrecht omhoog. Hoeveel m links of rechts van A werkt Kx?

17. Op een lichaam werken enige krachten, waarvan de momenten t.o.v. A zijn: -|- 450 kgm, — 700 kgm, — 1250 kgm en + 750 kgm. Hoe groot is het moment, dat hiermee evenwicht maakt?

18. Een wiel heeft een middellijn van 3,20 m. De daarom lopende drijfriem oefent op de omtrek een kracht uit van 750 kg. Bepaal het moment van deze kracht t.o.v. de as van het wiel.

19. Twee evenwijdige krachten, groot 56 en 32 kg, werken loodrecht omlaag. De afstand tussen de krachtlijnen is 1,10 m. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

20. Op een veiligheidsklep (zie fig. 15), waarvan de middellijn 2,4 cm is, drukt de stoom met een kracht van 7 kg/cm2. Het gewicht G is 1,7 kg, de belasting B is 8 kg. AB = 5 cm, BC = 8 cm en CD = 30 cm. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante dezer krachten.

21. Een kruiwagen weegt met de last 175 kg. De reactiedruk op de grond is 140 kg. De afstand tussen deze krachten is 18 cm. Bepaal grootte, richting en plaats van de resultante.

22. Op punt A werken 2 krachten, Kx = 27 kg en K2 = 33 kg, onder een hoek van 73°. Bepaal de resultante m.b.v. een parallelogram.

23. Op punt A werken 2 krachten, Kx = 2,8 ton en K2 = 3 ton, onder een hoek van 170°. Bepaal de resultante m.b.v. een parallelogram.

24. Op punt A werken 2 krachten, Kx = 1200 kg en K2 =s 700 kg, onder een hoek van 95°. Bepaal de resultante m.b.v. een parallelogram.

25. AB = 1,5 m. In A werkt Kx = 16 kg onder een hoek van 20° met AB en in B werkt K2 = 20 kg onder een hoek van 50° met BA. Bepaal de resultante.

Sluiten