Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't magazijn, die schaarsch werden; hij vond dat ook en er moest dan maar matig besteld worden. Ze probeerde 't nog anders en vertelde van haar brief naar de Provincie, maar dat wist Marius al. Hij zat bij het raam en keek uit over de werf en at bekant niet. Dat was toch heel zijn gewoonte niet.

En toen de tafel was afgedekt, vroeg ze zoetjes: „én.... Marius.... is de sleeporder weg?"

„Ja Cato."

„En je zegt niks meer daarop? Heb je je al bedacht? Ja, je woord opeten is zeker zoo smakelijk niet."

Marius knikte, ze begreep niet waarom, hij knikte; wat morrelde er in dien vent? Ze overwoog: zou 'k nou toch maar doorgaan daarop, en 't hem eens helder uitleggen, of hem zoo laten? Och, de klipper komt voor de werf, dat te bereiken hoefde niet meer bevochten te worden.

„Thee?" vroeg ze, „of nog wat wachten?"

Toen, ineens sprong Marius recht en klemde z'n handen aan 't raamkozijn. Op het dek van de Gezina waggelde de schipper bekant struikelend over een vlag. ,Cato," zei hij schor, „kalefater jij je eigen nou maar gauw even op, dan kan je de vrouw uit de Gezina helpen afleggen: 't Is daar gedaan zien ik."

Voor het eerst dien avond keken ze elkaar in de oogen. Ze leken op elkaar in hun roestige kleer, hun oogen leken óók op elkaar; vader zijn gestrenge oogen.

De schippers, die voor de Mallegatsluis liggen, hebben de rouwvlag geheschen, de hooge beurtboot van reederij De ijssel salueert met de stoomfluit bij 't langsvaren en de sleepers van Pannevis hebben gewacht, aleer ze hun tros vieren laten; op de Kroonprinces wordt de vrouw van de Gezina uitgedragen langs de waterzij, vanwaar ze ook gekomen is. En gelijk met haar gevaren is, toen ze werd gedoopt en toen ze ging trouwen.

De Goudsche havenmeester neemt de kist aan boord van

2

Sluiten