Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eischen — en ze weet heel goed, dat briefje en vaders schrift, 't is allemaal echt — maar het bruist door haar hoofd en het wil niet tot verstaan en begrijpen komen. Hoe is dat toch mogelijk? Hoe komt zoo'n vreemde vrouw nu juist precies om het liefste bezit uit haar ouderhuis? Waarom vraagt ze niet om den staanden klok of om den antieken barometer? Of om dat belachelijk groote boerenkabinet, dat ze wanstaltig vindt, maar net echt iets voor zulke buitenmenschen ? Neen.... precies en alleen het beeldje uit de hall moet ze hebben. En met dat beeldje het doelwit van haar droomen. Met dat beeldje flarden van haar verlangen, haar nog onbestemde verbeeldingen over later, die zij er aan heeft toevertrouwd sedert jaren. Kinderachtig? Belachelijk? Niet zakelijk en niet modern? Beschamend voor vriendinnen en zeker voor vrienden, zoo zij wisten van deze genegenheid tot een stukje gesneden hout, vaag beschilderd met verweerde verven? 't Mag dan zoo zijn, 't mag zelfs dom zijn en onmodern, zich zoo te hechten aan een stuk hout.... maar wat veroorzaakt dat pijn, er afstand van te moeten doen. En daarom wil ze niet.

„Verstaat U het, ik wil niet, mevrouw."

„Een mevrouw ben ik niet, maar 't beeld is van mij."

„Juffrouw dan. Maar ik geef het U niet."

„Dat hoeft niet; ik neem het zóó wel mee."

„Dat durft U niet. Ik bel om de politie, hoort U, brutaal mensch! 't Is mijn beeldje, mijn eigendom."

„Uw papa wist goed, dat het nooit van hem is geweest," zegt ze, met een dreiging in haar stem. Ze zou dat brutale nest wel neer kunnen slaan. Wie spreekt dan ook over politie, tegen een fatsoenlijke vrouw die om haar rechtmatig bezit komt. Dat kind mag dan jong zijn — een echte onnoozele halskop — toch zal ze op haar woorden hebben te letten.

Maar Bart Zwartewaal had ondergrondsch pleizier over dat nieuwe onweer. Waar Cato vandaag verschijnt, is het kijven.... overwoog hij. En twee vrouwen die kijven, dat beleeft hij erg graag. Misschien zag dat kind wel kans.

Sluiten