Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gouda zien; de gewone manier. „Ze zijn in staat," zegt ze verachtelijk: „om wat losse centen schuld buitenom te gaan varen, al is de Vreeswijksche route langer en duurder."

„Nou Cato.... ga hem dan achterna."

„Ja, ja, als 'k hem maar kon grijpen. Je zou dat soms willen hè, als ze op 't water zijn; ze grijpen en tegenhouden en dan niet loslaten, voor ze je eerlijk betaald hebben. Want kom maar niet om je geld met den deurwaarder; de kosten vreten je tegoed dan schoon op." Toch kon 't haar middag niet vergallen, dat ze zelfs hier nog herinnerd werd aan de bedriegers, die van haar een vrouw hadden gemaakt, zonder vertrouwen hoegenaamd in menschen. En omdat ze daar zoo zat te denken aan de oneerlijkheid van het menschdom, hamerde 't ineens weer door haar hoofd: Waarom geeft Bart Zwartewaal me dat beeld weg, waarom betaalt hij eten met zalm, waarom wijn, Voorburg, koffie en een rijtuig? Wat heeft hij er mee voor? Wat zit daar achter?

Van overleggen tot doen heeft niet lang te duren bij Cato en ze vraagt het hem vlakweg. „Bart Zwartewaal, waarom heb je mij dat beeld gegeven en waarom hou' je me vrij? Wat bedoel jij?"

„Vertrouw je me niet, Cato?"

„Ik weet het niet. Ik ben er alleen niet achter. Alle dingen hebben een doel."

„Je moet geen slechtigheid van me denken, Cato."

„Daar heb ik geen reden voor. Je bent alleen maar astrant geweest, anders niks."

„En je hebt het toegelaten, dat ik dingen tegen je zei, die je van veel menschen niet verdragen zou hebben. Daar heb ik m'n pleizier in."

„Zoo.... maar ik versta dat niet."

„Wel, hoor dan. Zou jij van een anderen vent verdragen hebben, dat hij je de waarheid had gezegd, gelijk ik? Dat hij z'n kop tegen je borst had aangedrukt, om te luisteren...."

„Man hou' op! Praat daar niet meer van! Nooit en van

Sluiten