Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vat zijn hand en vertelt hem wat aardigs. Niet over profielijzer en staalplaten en erediet bij 't flikken van ouwe schuiten, maar over haar leven van nu en van vroeger. Zoo'n vrouw zou verteld hebben van haar verdriet en teleurstellingen, van haar verwachtingen in vroeger jaren, toen 't bloed nog wild door haar aren spoelde. Maar jij bent zoo niet. Ben jij ooit wel jong geweest en had je toen wel andere verlangens, dan je eenige verlangen van heden: geld winnen aan schippers!?"

„Ja, Bart, jong ben ik geweest. Maar jong alreeds werden me de zaken toevertrouwd."

„Had je er aanleg voor en eigen genie in?"

„Ook wel."

„Je ontwijkt een antwoord Cato. Zou je nooit anders gewild hebben? Je bent toch een vrouw."

„Tegenwoordig niet meer, Bart. Maar waarom zeg ik jou dat?"

„Ja, wat gaat het me aan, hè. Gelijk heb je. Waar vraag ik je eigenlijk naar?"

„Je zult een mensch zeker niet gelukkiger maken, door de onrust in haar aan te jagen, Bart."

„We zullen over wat anders gaan praten," zei hij rustig. Maar haar oogen staarden toen op ongewone wijs. Cato, de zekere, de zelfbeheerschte, die altijd met haar twee stoere beenen als geplant op den grond stond, ze keek in de verte, dacht in vage verten. Het was ook zoo stil hier en in haar gemoed lagen de nieuwe ervaringen van dezen dag nog zoo onverwerkt doorheen. Die ervaringen waren zoet. Haar houten beeld, deze aangename avond.... en Bart Zwartewaal die niet meer sart en niet meer spot met haar. Dat leek allemaal tezamen, of ze op slag weer twintig jaar jonger was. Van toen herinnert zij zich ook enkele zulke uren. Spaarzaam waren ze in haar leven toegemeten geweest, maar ze weet, al het edele is zeldzaam.

Sprak nu Bart Zwartewaal maar door. Vroeg hij maar verder, waarom ze eelt in haar handen had en geen zachte vingers, om een kind, haar eigen kind over den kop te

Sluiten