Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

princes was te klein. Vechten moest ze, om altijd een zeker part werk te houden, wilde ze later niet in consentennood komen te verkeeren.

't Was toen, dat ze haar levenskans zag: de Kroonprinces moest zich richten naar de zee; haar teekenaar, die nu als sergeant ergens op de hei soldaten africhtte en uitvloekte, had gelijk gehad. En dat werd eerder bewezen, dan ooit door iemand was. Met Marius sprak ze daar niet over. Die had dat te aanvaarden; eerst moest haar plan heel en al klaar zijn voor de uitvoering.

Ze zit te cijferen en na te denken in de werkkeet en aan de tafel staat haar nieuwe Rotterdamsche teekenaar. Een lange vent, die als 't werken gedaan is met een flambard rondloopt en er dan uitziet als een artist. Een duistere sombere vent, goed voor zijn werk, maar ongemakkelijk in den omgang. Hij kan soms een uur lang met haar alleen zijn en geen stom woord kikken. Vraagt ze dan wat, over de teekening of over de boekhouding, dan kijkt hij haar eerst met zijn zwartomkuifde oogen vorschend aan en zegt kortaf, wat hem gevraagd wordt. Ze vindt het goed, dat hij niet wauwelt, maar soms toch ijst ze van die koude oogen.

„Je kunt toch een zeeschip projecteeren in een lijnenteekening?" vraagt ze opeens, zonder inleiding.

n®n goed. Maar dat heb ik hier niet noodig te presteeren."

„Zoo. Je zegt het tenminste. En werkteekeningen voor den uitslager en afschrijver?"

„Patronen voor coupeur en talleur naar believen, juffrouw, al was 't voor een twintigduzend tonner van de mailvaart."

„Eigendunk genoeg," is haar antwoord: „maar daar kan ik dus op rekenen?"

„Vast." En hij buigt zich weer over zijn werk. Onmogelijk prutswerk voor een man, die zegt ontwerpen voor zeebooten in teekening te kunnen brengen. Maar hij vraagt haar niets, alsof 't hem ganschelijk niet interesseert, wat

Sluiten