Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wit papier te bewerken kreeg met z'n trekiatten en passers en ander gesnor?

Op een avond na het werk, riep ze hem binnen. Marius was biljarten en ze had thee ingeschonken. Onwennig zat hij op een pluchen stoel, z'n flambard gekneld tusschen de knieën.

„Ik heb met je gesproken over zeebooten."

„Daarover heb ik nog eens nagedacht" zei hij en nu wat milder.

„Ben je er al wat meer voor gaan gevoelen?"

„Ik heb altijd liever voor de zee gewerkt."

„Waarom heb je 't mij dan afgeraaien?"

„Omdat U er geen verstand van hebt, juffrouw."

„Jij hebt er toch weet van."

„Blijf ik dan tot m'n dood hier? Ik ben toch maar per toeval aangenomen, toen een ander gemobiliseerd werd."

„Dus je wou me voor een strop behoeden?"

„Ja juffrouw, dat wou ik."

„En als je zeker weet dat ik dien ander niet meer neem, zou je er dan heil in zien?"

„Vandaag den dag niet. Maar wie kan zeggen hoe het gaat worden met dèn oorlog? Als 't op zee moet worden uitgevochten en als dat lang gaat duren, kan er nog veel meer behoefte aan nieuwbouw komen. Maar...."

„....Maar, wil je zeggen, dat is een ongewis fundament voor een bedrijf."

„Juist, 't Kan namelijk op slag zijn afgeloopen."

„Als 't dan maar gerendeerd heeft."

„Ik heb geleerd; de eerste twee schepen van volle maat op een langshelling gebouwd verdienen de installatie, maar meer ook niet. Bij 't derde schip wordt een helling pas rendabel."

„Hoe kan je zoo voorzichtig in je advies zijn? Verlang je niet naar groot werk?"

„Dat wel," zei de vent en neep zijn domineeshoed samen. „Maar 't bedrijf van mijn eigen vader is er stuk aan gegaan."

8

Sluiten