Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er over nagedacht toen 'k hier daarnet alleen was. Heel dat trouwplan van jou, daar heb ik niks van geweten.... omdat jij het eigens niet wist. Dat is in m'n afwezigheid voor 't eerst beraamd. Cato, m'n zuster, laat zich opvrijen en zoenen en geeft haar jawoord, in een onbewaakt uur. Je lijkt wel een meid van achttien. Of is het anders?"

Ze zit tegenover hem met gebogen kop en weet geen bescheid hoegenaamd meer.

„Schaam je je eigen niet?" vraagt hij.

„Ik moét het doen," zegt ze verdaan. „Heb je dan eigens nooit naar een trouwdag verlangd, nooit naar een eigen vrouw?"

't Bloed kruipt naar zijn stoppelwangen. „Ja ik," hijgt hij: „maar toen heb ik het gelaten om jou, Cato. Dat zeg ik je nou; ik had gehoopt er nooit over te hooren praten."

„En ze wou je dus wel? Ja, schaam je eigen nou maar niet; 't is een natuurlijke zaak. En we zijn toch geen vreemden voor elkaar."

„Nóg niet, Cato."

„En wou ze je wel?"

1 „Of ze me wou ? Ja, dat wou ze en hartgrondig ook. En ik heur. Jij waart er onkundig van en dus gerust bij. Als 't in den zomer stormt, komt het zwaar aan. Dan hangt het loof nog aan de boomen."

„En kan je dan nog niet je wil doen? Of is het te laat?"

„Mensch, hou' op! Reep dat ouwe zeer niet open. Jij weet niet wat of dat is."

„Weet jij dan alleen, wat het verlangen is?"

„Jij bent koopvrouw, en dan pas vrouw. Ik was toen man, Cato en dan pas baas van de Kroonprinces. Maar jij was dan alleen gebleven en ik docht op Vader. Als jij nou aan mij denkt en dien knecht van hier verjaagt, dan geef je me terug, wat ik jou toen bereid heb. En meer niks. Maar dat zal je niet doen. Want de gekkigheid zit in je bloedaren en dan is 't oog van een vrouw verduisterd. Je zou ook Driek den Darm met z'n kletskop trouwen; als Driek 't je vroeg en er geen ander voorhanden was."

Sluiten