Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom? Wat had die schipper met jou en met onze werf te schaften? Die verdomde vent of dat verdomde beeld heeft jouw kop op hol gemaakt."

„Niemand Marius, niemand heeft mij geraaien, zélf weet ik wat ik doe."

„En doe je 't?"

„Ja."

„Morgen maken we de rekening op voor de erfscheiding. Mag Oome Gerrit waarde begrooten ? Goed ? Dan telefoneer ik hem morgen vroeg. Ik laat je morgenochtend op de Bank ruw begroot je deel uitbetalen. Waarom? Omdat je morgenavond niet meer hier in huis slaapt."

„Man!"

„Ja vast Calo. Laten we er geen halve zaken van maken. Of dat nou morgen is, of over een maand.... weg moet je toch."

„Ben jij bang, Marius, dat je nog toegeven zou als ik langer hier bleef?"

„Weet ik niet. Wel weet ik dat jij altijd in staat bent geweest, nee ja te praten. Was er ooit een schipper tegen jouw prevelement bestand? Maar ik ben tegen je bestand."

„Wie zal, als ik weg ben, de kwaaie zaken regelen?"

„Als ik nou zeggen zou.... er komen geen kwaaie zaken meer voor, als je maar eenmaal weg bent.... dan gaat dat tusschen ons hard tegen hard worden. En ik wil in vrede van je scheien, Cato. Want veel ben ik aan je verschuldigd. Voornamelijk, dat je me een goeie zuster bent geweest en trouw de zaak hebt beheerd."

„En toch neem je niet van me aan, dat wat ik nu wil, het beste is?"

„Nee. Eerstens, omdat Vader me gezeid heeft, dat we onder de banken uit moesten blijven en 't bedrijf niet grooter moesten maken. Maar tweedens — en dat weegt mij ja zoo zwaar — omdat je in deze zaak niet oordeelt als een heldere koopvrouw maar als een verliefde meid van veertig. Als de troeldria meespreekt, Cato, is het verstand wèl ver. En ik vertrouw dien mooiprater niet."

Sluiten