Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en doelloos de straat op en liet haar alleen. Twee uur daarna pas kwam hij in 't hotel terug. Toen hij naar zijn vrouw vroeg, meenende, dat ze die les wel begrepen zou hebben, vernam hij, dat ze al naar haar kamer was gegaan. En toen bleek hem tevens tot zijn verbittering, dat ze een extra een-persoonskamer in zijn afwezigheid had besteld. En ze sliep of hield zich slapende, toen hij zich liefjes meldde. Maar wat bezielde dat harde wijf? Hij ging daar geen genoegen mee nemen. Hij had geen vrouw achter tralies getrouwd. Is zoo iets stoms en beschamends ooit eer vertoond?

Hij beleefde daar een kwaden nacht. Zijn huwelijksnacht nog wel. Welk een entree voor hun huwelijk! Ga dat maar ooit vergeten. Neen, dat is nooit te vergeten; deze beschaming sleep je nog met je mee, al word je honderd. En hoewel hij vroeg opstond, Cato was vroeger geweest. Ze ontving hem koel, onder haar hand lag een schoolschrift waarin ze gisteravond had zitten pennen voor Het Boegbeeld.

„Cato!" riep hij verwijtend.

„Ja Leendert? Wat is er? Goed geslapen?"

„Maar mensch nog aan toe, wat heb je me een blamage aangedaan! Dat gaat toch zoo niet."

„Dacht je, dat ik je grieven wou? Zet die gedachte dan maar gauw van je af, Leendert. Ik was alleen maar moei en ik had kopzeer. Daarom docht ik, dat het beter was, dat we 't samenzijn nog wat uitstelden."

„Maar de schande, voor de lui hier in 't hotel."

„Ik heb ze gezegd, dat ik me ziek voelde, toen ik nog een kamer bestelde. Als jij nu maar niet zoo ontdaan kijkt, dan ontstaat er heelegaar geen schande."

„Wat wil je, dat ik je zoen, omdat je je deur voor me afgesloten hebt in onzen huwelijksnacht?"

„Ik wil niet zoo graag dat je me zoent, Leendert, maar als jij dat graag doet.... zoen me dan maar; ik ben je vrouw."

„Kan je niet wat hartelijker voor me zijn, Cato? Zooals

Sluiten