Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan, wie iets ter hand vat en hoe het weer terug komt, zoo heeft ze dat bevolen.

„Maandag aanstaande, mannen," zegt ze trotsch: „Maandag gaat de poort open en beginnen we. Een elk, die aangenomen is, moet weten dat ik geen vast werk heb toegezegd. Eerst als ik gezien heb, wie hun loon waardig zijn, zal ik m'n mond open doen. De klinkers en dollymans werken in tarief, de sjouwers op uurloon. Maar toch wil ik alleen eerste klas klinkers en kokers. De nagel jongens die met verf klodderen of ander kwaad uithalen, gaan gelijk als ik dat zie meteen de poort uit. Ik zie niet alles, maar ik zie veel."

Toch nam ze ook al werkvolk voor vast aan. Huug Petri kende ze als een bekwaam voorman; die had z'n leerjaren op de Kroonprinces gesleten. Zoo een kon ze gebruiken, die zou het respect voor de eigenares wel weten door te geven van 't begin af. Ook kwam ze overeen met een magazijnmeester, die tevens Leendert in de boekhouding helpen kon, met een uitslaner, een afschrijver en een kraanmachinist, die daarnaast bankwerker en opziener over de eigen gaande machinerie van de werf moest zijn.

Het schilderwerk kwam later. En bekwame ponsers, joggelaars en branders kwamen zich bij den dag aanmelden. Ook voor klinkers, dollymans en nagelpiepers zat ze niet in nood; die waren er zooveel als musschen. Als eerst de machines, waar 't op aankomt, maar naar den eiscli bemand zijn. Nu, daar heeft ze voor gezorgd.

En Maandag 6 Juni 1916 ging werkelijk de poort open en ving het bedrijf op Scheepswerf Het Boegbeeld aan. Klinkers en andere werfgasten had ze de eerste week nog niet noodig; eerst moest materiaal klaar gemaakt worden in de loodsen. Maar de uitslaner en af schrijver zorgden er voor, dat de mannen in de loodsen direct vooruit konden aan de machines. Want de teekenkamer had hard gewerkt, in de weinig weken, die aan de opening van't bedrijf vooraf waren gegaan.

Cato had, in overleg met Leendert, geopteerd voor een tweeduizendtonnertje, een lang drie-eilanden schip voor

Sluiten