Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wal, aanstaande week werd de kiel voor een nieuw schip gelegd op diezelfde helling. Ze vatte haar rokken bij elkaar en klom de leer op; het gezelschap volgde. En nadat de deftigheid de handen gewasschen had, werd naar Dordrecht gereden voor het diner. In haar eigen huis had ze daar geen gelegenheid voor.

Onderweg vroeg het juffertje — en dat was de jongste dochter van den Directeur zelf — wat dat voor een beeld was, daar boven in de hijschkraan. Ze gaf er uitleg over, maar zoo onverschillig, of 't een rariteit bij de buren betrof. Neen, spraakzaam was ze heden niet, juffrouw Cato. Hoewel toch de vlag woei van haar werf en de schepen op de Noord beleefd gefloten hadden, ter eere van den nieuwen gast op het water. En hoewel ze naar dezen dag zoo fel verlangd had: haar eerste zelfgebouwde zeebootje lag veilig voor den wal.

Wat is zoo'n diner onder deftig volk een temptatie voor een vrouw, die daar niet gewoon aan is. Ze is hier gastvrouw en heeft dus haar eigene plichten, evenwel kent ze die maar amper. De kellners hebben voor de tafelschikking gezorgd omdat zij dat had overgelaten aan hen die 't beter wisten. Zoo zat zij naast den Directeur in 't jaquet en Leendert mocht keuvelen met mevrouw. Voor 't eerst in haar leven werd ook zij mevrouw genoemd, wat klonk dat onecht, als je zelf weet juffrouw Cato te zijn en niets meer.

Ook dat ongewone eten, ongewoon en met statie opgediend is haar vreemd. Ze nipt maar van de wijn en toch denkt ze, dat ze daar duizelig van wordt. Maar dat kan toch niet, van zoo enkele slokjes. De Directeur staat recht en tikt tegen z'n wijnglas. Leendert waarschuwt haar met zijn oogen.... ze zal het eetgerei neerleggen en luisteren. Luisteren naar een hartelijk woord, in eerlijke termen uitgezegd, aan 't adres van haar werf. Wat klinken die woorden veraf en meneer staat toch zij aan zij met haar. Nu wordt er geklonken en gebogen, alles doet ze mee. Maar ze antwoordt gelukkig niet, dat is een lieele opluchting voor

Sluiten