Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ergste niet. Maar dan.... wat gaan we daarna doen? Zoo'n kind, als 't er eenmaal is, dan vraagt dat toch oppas. En ik, hier op de werf; hoeveel tijd blijft er over voor zoo'n kind?"

„Cato, 't overvalt me; wie had dat gedacht."

„Laten we de dingen maar recht aankijken. Ik heb het ook niet gedacht. Heel andere dingen verwachtte ik."

„Weet je 't al lang?"

„Op 't diner van de Anne Christine heb ik het voor 't eerst gevoeld."

„En je zegt het me nu pas?"

„Nog rijkelijk vroeg genoeg. In dien tijd bouwen we nog een heele barge af, als 't moet. Wat heb je er eerder mee van doen gehad?"

„En als je daarna eens in 't huishouden bleef, Cato. Je hebt dan toch een doel voor oogen; ons kind!"

„Hier in de kamers? Terwijl buiten op de werf het volk rabauwt? Nooit! Daar hoor ik te zijn: meer dan twintig jaren heb ik over werven geloopen, om geld te verdienen met mijn oogen. Dat geef ik niet af."

„En als je het kind te drinken moet geven?"

„Dan voed ik het, daar ben ik voor."

„En om het op te passen niet?"

„Wat moet een ouwe vrouw zoo een onnoozel blaagje opbrengen? Ik ben er toch te vreemd van. Zullen we maar een huishoudster nemen, die ook daartoe bekwaam is ? 't Kost geld, 't is onrust in je huis, maar we staan er voor."

„Ben je er blij mee, Cato?"

„Nee. Maar dat had je toch zeker niet verwacht?'

„Van jou misschien niet. Ik heb 't me nog nooit voorgesteld, zie je. Maar als 't nou toch een flink kind wordt, dan bestaat er later nog wat uit onze trouw. Wij blijven toch ook niet zoo we zijn."

„Vast niet. Wij worden getweeën oud en als we opgewerkt zijn, dan is ons kind nog amper mondig en om ons te missen nog niet bekwaam. Was het maar onze deur voorbij gegaan."

Sluiten