Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, ja.... nu hoorde ze het toch ook, heel in de verte, ze hoort het geitje mekkeren, dat ze als jong meisje van vader heeft mogen houden op de bleek van de Kroonprinces.... ja, weer roept dat geitje uit de verte.... er leeft wat bij haar. Een balsem was dat, die de angst rond haar oogen wegstreek. Nu wilde ze rust hebben, rust. Nu éven geen klinkhamers hooren op staalplaat.

„En hoe moet uw dochtertje heeten, mevrouw," vraagt haar de zuster en ze legt een koelgemaakte hand op haar voorhoofd.

„Anne Christine," hijgt ze en slaapt in. Ze sliep misschien maar enkele tellen, misschien een dag, doch het was of ze zwevende in geluk ontwaakte. Die verdoemelijke pijn was heen: ze zweefde in witte rust.

Sluiten