Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar als de leening verre beneden de taxatiewaarde

Ugt?"

„Daar wringt juist de schoen, mevrouw. Is dat wel juist voor het oogenblik. Er vervallen nog eenige termijnen voor 't materiaal van de zes houtschepen. Maar wat is daar nü de waarde van? Hertaxatie zou U misschien doen schrikken."

„Ben ik uitgekleed, denkt U dat?"

„Ik vrees, mevrouw.... als U nergens hulp vindt, ik vrees dat de veranderde tijd U een leelijken stoot zal hebben gegeven."

En met dit troostelooze woord kon ze den nacht ingaan. Ook Notaris Hanekroot zag geen uitkomst. Of stak hij geen vinger uit omdat.... zoo'n geldkongsi is blijkbaar machtig. Ze verstaat dat niet; zullen ze haar dan allemaal rustig laten krepeeren, haar werk laten vernietigen. Alleen omdat zij niet heeft kunnen verhinderen, dat Duitschland op een ontijdig moment den oorlog verloor? Wat een wurgers!

En toch geeft ze het niet op. Morgen komt die onderhandelaar, wat zal hij haar voorstellen? Op zeker oogenblik krijgt ze zóó'n afkeer van de Krimpensche Werf, waardoor ze haar eigen goedgefundeerde bezit mogelijk gaat verspelen, dat ze overweegt, of er nog kansen zijn, uit dat avontuur te springen, ter redding van Het Boegbeeld op haar naam. Ze overweegt een financieel plan en zet het neer op het deksel van een kartonnen schoenendoos. Want ze is te zeer lamgeslagen om op te staan en papier te halen op haar kantoor.

En 's anderendaags hoort ze den vertrouwensman der bankiers aan. Ze luistert met dichtgeknepen lippen. Het plan luidt als volgt: „U schrijft het aandeelenbezit af op 30 % en verkoopt ons daarna de werf voor vijftien ton. Uit het laatste kwartaalrapport dat U ons hebt overgelegd, bleek dat er ƒ 320.000 cash en ƒ 760.000 vorderingen op derden is. Daar tegenover staat, dat de verplichtingen aan derde ƒ 1.420.000 beloopen. Tellen we daarbij de ƒ 720.000, die

Sluiten