Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op een wankelen keukenstoel te bidden als een begijn om haar, je beeft als een slappedanis en je klanten loopen weg.... maar Anne Christine heb je toch nooit gewild.... waarom ben je nu zoo bang?

Uit zulke doellooze gedachten ontwaakt ze nooit gauw. Dan waaide haar denken weer verder weg; naar de oevers van Lek en Noord en Maas, naar de kleine werf van vader, waar ze kind was geweest, naar haar heerlijke toekomst bovenal, haar toekomst die ze hier stond te koopen met harde vernedering. Waarvoor ze woonde in een vuil volkslogement, waarvoor ze 's avonds schrobde en dweilde, waarvoor ze drek gegeten zou hebben zoo het moest. De armeluis-begrafenis van Henkie kostte haar ééns een vermogen, nóóit zou ze meer vriendschap sluiten. Haar doel, haar toekomst ging voor.

Ach, kon ze toch waakdroomen en tevens messen of kramerij verkoopen aan het marktpubliek. Zoojuist zat ze nog op een pasgebouwde werf, een fonkelnieuwe inrichting met drie langshellingen. En een dwarshelling, vader ter eere. Het drijfwerk is electrisch, de machinerie van laatste vinding. Ze bouwt een rijnaak met luxueuze schipperswoning, ze bouwt een lijnbootje als de Parkeston en de derde helling is nog leeg, maar er wenkt ergens ver een order, een tankscheepje voor benzine. Ook vergeet ze 't reparatiebedrijf niet. En als het lijden kan, koopt ze binnenkort een klein dok voor Anne Christine, niet te klein, maar het moet toch hanteerbaar zijn. Straks gaat ze namen geven aan al deze schepen in aanbouw, een naam ook aan het dok.

Dan komt een beenhouwersjongen om een paar glanzende manchetknoopen van nikkel, ingelegd met gele steenen. Nog geler dan topaas zijn de steenen die ze verkoopt. Daar zou wat bij te vertellen zijn, maar misschien gaat die ongewenschte jongen wel gauw verder, ze moet nog namen geven aan haar schepen en aan haar dok. Dat is allemaal niet meer voor haar, want ze wordt iederen dag een jaar ouder, dat is voor Anne Christine, die ze nu toch herkent,

Sluiten