Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog, dat geregeld het eerste vers van de „wedertale”, het wederwoord, rijmt op de laatste versregel van den vorigen spreker. De verzen rijmen twee aan twee (gepaard rijm), staande en slepende rijmen wisselen niet regelmatig af.

C. G. K.

GERAADPLEEGDE WERKEN. ‘)

Jan ten Brink. Gesch. der Ned. Letterkunde. Amsterdam, 1897.

F. Buitenrust Hettema. Opstel in Taal en Letteren XI, bl. 209 vlgg.

G. Cohen. Histoire de la mise en scène dans le thé&tre religieus du moyen age. Paris, Champion, 1926 (2e éd.).

G. Cohen, Le Théatre en France au moyen age. I. Le théatre religieus (1228). II. Le théatre profane (1931). Paris, Les éditions Rieder.

Wilhelm Creizenach. Gesch. der neueren Dramas. Halle, Ier Bd. 1893.

H. J. E. Endepols. Het decoratief en de opvoering van het Middelnederlandsohe drama. 1903.

J. H. Gallée. Bijdragen tot de gesoh. der dramatische vertooningen in de Middeleeuwen.

Mr. J. N. van Hall en C. N. Wybrands. Tooneelstudies. 2e uitg. 1889. Hofpmann von Fallersleben. Horae Belgicae. Bd. VI.

W. J. A. Jonckbloet. Gesch. der middelned. dichtk. Dl. III.

J. J. Jusserand. A Literary history of the English people, London, 1907 1 2, Dl. I, 439—494.

G. Kalff. Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde, Dl. II.

Dr. P. Leendertz Jr. 1) Esmoreit; 2) De Middeln. Dramat. Poëzie. 1907. Mr. H. E. Moltzer. De Middeln. Dramatische Poëzie (1868—1875). Mr. H. E. Moltzer. Het nederl. tooneel in de Middeleeuwen. 1862. J. W. Muller. De Taal en de Herkomst der zoogenaamde „Abele Spelen” en „Sottemiën” (TS. voor Nederl. Taal- en Letterkunde, XLVI, 292—301 en XLVIII, 114—llö).

Petit de Julleville. Histoire du thé&tre en France.

R. Priebsch. 1) Ein Beitrag zu den Quellen des Esmoreit. (Neophilologus 1921, bl. 67 vlgg.); 2) Johan 9z dem Vergiere, Heidelberg 1931.

M. Ramondt. De bronnen van den Gloriant (Ts. voor Ndl. Taal- en Letterkunde, XLI, 31—46 en XLII, 292—302).

1) Deze vermelding geschiedt voornamelijk ten behoeve van lezers, die voor eigen studie boeken wensen te kennen, waarin het oude toneel .of Esmoreit besproken

worden. Voor verdere bibliographische gegevens verwijzen wij inz. naar de werken van G. Cohen.

Sluiten