Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De coninc.

Yan rouwen benie alsoe ghequelt,

Dat io duchte dat mi mijn herte sal scoeren; scoeren - scheuren. 300 Mijn scoene kint hebbic verloren,

Esmoreyt, den sone mijn!

Ay, ic en mochte niet droever sijn,

Al haddic verloren in dier gheliio 111 dIer gheujo = op

° “ die wjjze.

Mijn goet ende oec mijn coninerijc,

i 305 Daer omme en woudic droeven twint, ve- sos: daarom zoude

7 ik mij geen zier (twint)

Haddio behouden mijn scoene kint. bekommeren.

Ay mi! ay mi! den bitteren rouwe,

Die io nu lide ende oec mijn vrouwe!

Ic duchte, het sal mi oosten dlijf 310 Ochte mijn vrouwe, dat edel wijf; oehte = oi.

Si heeften rouwe int herte soe groet. heeften - heeft (den).

Mi dunct, ic ware mi liever doot mi, ethische datief.

Dan ic sonde lid en dit) torment. torment =» foltering.

Bobbreoht.

Ay! edel oem, wide bekint, wide bekint = wtid

[ 7 vermaard.

1 315 Nu en wilt u al dus niet mesbaren. vs. 315: jammer niet

zo!

Ic weet wel hoe daer es ghevaren: hoe daer es ghevaren

' =hoe de zaken daar

Al drijft mijn moeye den rouwe soe groet. 3taan-

J ® > moeye — tante.

Sine heeft daer af ghene noet; vs. 318: zij heeft daar

# 7 geen hartzeer van.

Dat weet io te voren wel.

• 320 Haer herte dat es tuwaert fel, tuwaert - te uwaart.

Om dat ghi out syt van daghen.

Ic hebt haer die wel hoeren daghen, M?: “ndli’dSTzê

| Dat si van mi niet en wijst. ^ndat ik het kon

f vJ’ond^rSST0'' **' rUWe ’ <*e o een gewone letter suscriet, en niet een verbetering, zoals L.

Sluiten