Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het nog zinnelijke van zijn natuur tot een hymne van onthechting. Tijdens de schitterende en luistervolle nachten van de woestijn aanschouwde zijn ziel, in de met sterren bezaaide hemel, de glans van Gods eeuwige schoonheid: Coeli enarrant gloriam Dei. Daar ontmoette zij de eeuwige waarheid en in die onuitsprekelijke eenzaamheid van het oneindige ving zij de woorden op die haar geopenbaard werden. Joannes werd een Godsschouwer.

Reeds in die jaren was zijn studie van de gewijde wetenschap op het practische gericht. Dat blijkt overtuigend uit sommige werkjes die hij publiceerde, en waarin hij zich als verdediger van het monnikenleven opwerkt. Terwijl Joannes, als monnik en kluizenaar, God dankte om zijn roeping en zijn volharding, droomde één zijner kameraden, onder de ruwe, schamele pij, van de genoegens en de genietingen der wereld. Het monnikenleven valt hem niet mee, en weldra is zijn beslissing genomen. Hij gooit zijn kap over de haag, trekt wereldse klederen aan en verlaat het klooster. Chrysostomus grijpt naar de pen en schrijft aan den afvalligen Theodoor twee brieven, die een schitterend panorama bieden van al de christelijke waarheden, en voornamelijk van de uitersten. In de eerste brief stelt Chrysostomus ons zijn kameraad voor, door de aanlokkelijkheid van een meisje verleid. Hermione de Syrische houdt hem door haar charmes gevangen. Schaamt u, zegt de jonge leraar, want haar schoonheid die u verbijstert is bedrog; alleen de ziele-schoon-

(2 chrysostomus)

Sluiten