Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joannes beoefende de gewijde wetenschap om de praktijk. Het blijkt uit zijn homilieën allerduidelijkst, het zijn zedenpreken die getuigen van diepgaande mensenkennis, sermoenen die niet blijven bij niets-zeggende algemeenheden, maar afdalen tot gedetailleerde toepassingen op het dagelijkse leven van zijn christenen. Hij kent hun leven en hun mogelijkheden. Laten wij b.v. zien hoe hij voor den gelovige de mogelijkheid aantoont, de godsdienstige vroomheid en het gebed te midden in zijn leven te plaatsen. „Laat ons het voorwendsel niet gebruiken, dat er geen kerk in de nabijheid is; want, zo wij waken en nuchter zijn, heeft de genade des Geestes ons-zelf tot tempel van God gemaakt. Daarom kunnen en mogen wij overal bidden. Wij hebben toch zulk een godsdienst niet als eertijds de Joden hadden; een godsdienst met vele zinnelijke plechtigheden en uiterlijke instellingen beladen. Daar moest de biddende naar de tempel opgaan en een tortelduif kopen, en, van hout en vuur voorzien met het offermes in de hand, bij 't altaar staan, en vele andere voorschriften in acht nemen. Maar hier is niets dergelijks. Waar gij zijt, hebt gij het altaar, het slachtmes en het offer bij u: want gijzelf zijt altaar, priester en offer tevens. Waar gij u bevindt, kunt gij uw outer oprichten. Zo gij oprecht zijt voor God, kunnen tijd en plaats u niet hinderen. Al buigt gij de knieën niet, al slaat gij niet op de borst, al heft gij de handen niet ten hemel — klopt er slechts een warm hart in u, zo hebt gij alles wat tot een waar gebed wordt vereist.

Sluiten