Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERSTMIS.

OP dit eerste groote feest van het Christendom willen wij eigenlijk iets anders dan deze tekst van Johannes. Wij willen er eerst inkomen en dat kan alleen als wij ons laten groeten door Lucas, den medicijnmeester, den geliefde. Als wij de oude bekende klanken van zijn Kerstevangelie hooren, dan komt het alles tot ons; misschien eerst nog niet zoo geestelijk als wij in onze beste oogenblikken zouden willen, maar wij worden geholpen. Ons leven is druk, de tijd vliegt, wij zijn weinig-bezonken menschen. Daar is plotseling het Kerstfeest. Wij krijgen wat vacantie na een heel lang kwartaal arbeids, in gezelligsten tijd van het jaar, alles werkt mee, zelfs spijze en drank, Engelsche tijdschriften en Duitsche boomen en liederen; wij doen meer dan ooit voor anderen en dat troost ons bewustzijn, dat we zooveel voor onszelven doen. Maar als we s avonds na de laatste boodschappen huiswaarts ijlen, zien wij een vreemd-roode kroeg en door de ramen van een „dancing alles vol roode bessen van hulst. En hoewel wij allen alles gunnen, vinden we dat ons Kerstfeest zooals wij het maken, op hol is geslagen.

Maar nu is er dien avond vóór Kerstmis iemand in den kring, die rustig het verhaal leest zooals Lucas het gaf. En wij weten in eens weer, dat wij bij het Kerstfeest —-hooren en dat bij ons. Wij laten vrij de gezellige heidensche toevoegsels gaan waar zij thuis behooren en tegelijk

Sluiten