Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerwaardig man, die in de rust van zijn studeervertrek zich henenbuigt over het heilige boek. Een ander tafreel en een andere bezigheid dan het materialistische tollenaarskantoor en de vlijtig vervalschte boeken. De tegenstelling van dag en nacht is waarlijk niet te sterk.

Zulk een heilig man in zulk een heilig milieu is de farizeër, dien wij veroordeelen zonder te beseffen, wien wij voor ons hebben.

Vraagt men hem wat de liefde van zijn hart is, hij antwoordt oprecht „de wet van God". Vraagt men hem wat zijn dierbaarste bezigheid is, hij zegt volkomen ter goeder trouw: „mij verdiepen in die wet". Hij overpeinst haar dag en nacht, en het was te wenschen, dat vele christenen die al hun vertrouwen op het evangelie stellen, voor een tiende er zoo van vervuld waren als de farizeër van zijn wet.

De wet leeft voor hem, en hij leeft in de wet.

Haar eischen zijn zwaar, maar niet onmogelijk. Hij traint zich dagelijks, en het gelukt hem wonderlijk haar crescendo te vervullen. Wij kennen allen de angstige vreugde van een taak, die voor ons stond als een onbereikbaar hooge berg. Wij zagen er letterlijk tegenop, maar toen we onszelf aanpakten en onze voeten zetten op het steile pad, viel het boven alle verwachting mee, en het moeizaam stijgen werd een genot. Zulk een genot is voor den farizeër weggelegd. Moedig er tegen op. En eens op den top. De farizeër van onze gelijkenis, de oude getrainde Alpinist in het rijk van den geest, heeft hem bereikt. Hij dankt. Indien er ooit een oprecht dankgebed ten Hemel opgestegen is, dan is het dat van den gelukkigen man, daar hoog in het licht met de wereld diep onder zich. Weer word ik op hem jaloersch. Oprecht te mogen danken! De

Sluiten