Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pracht. Onbeschrijflijk heerlijke dag! Wat heeft Jezus, die Rabbi van Nazareth, hem niet gegeven! En met blijdschap zal hij 't verhaal vertellen, aan zijn ouders, familie, buren, — hij is onvermoeid en telkens spreekt hij er weer van, nauwkeurig, elk trekje zich herinnerend: De mensch genaamd Jezus maakte slijk, en bestreek mijne oogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam en wasch u, en ik ging heen en wiesch mij en werd ziende.

Wij kunnen ons voorstellen, met welk een blijdschap hij in zijn buurt dat verhaal telkens verteld zal hebben en hoe hij met blijdschap glimlachend geantwoord zal hebben op de vraag: Waart gij degeen niet, die blind waart? Maar daarnaast doet hij langzamerhand een andere ervaring op. Het is niet alles belangstelling, wat hij ontmoet. Hij begint te ontdekken, dat zijne genezing de hartstocht opwekt. De licht ontvlambare hartstochten van zijn volk beginnen door zijne genezing op te laaien. Zijn leven, eerst in het lichamelijk duister, begint in ander duister te komen. Hij ontdekt, dat er andere, misschien zelfs diepere duisternis is. Wat het is, begrijpt hij niet dadelijk, 't Gaat vermoedelijk om de kwestie, dat Jezus hem op den Sabbat genezen heeft. Maar al ras merkt hij, dat het om iets diepers gaat. 't Gaat om de persoon van Jezus, die hem genezen heeft. Ja, nu begint hij deze geestelijke duisternis te tasten.

Er is tweedracht onder de Joden, vooral onder de Farizeërs, over Jezus' persoon: is Hij van God of niet? Och, wat is die wereld duister! Hij komt wel met haar in aanraking, zooals zij is. Eerst leefde hij zoo afgezonderd. Slechts verre geluiden en geruchten drongen tot hem door. Nu merkt hij, hoe duister van haat en vreeze de wereld is. 't Is of eensklaps de lichte hemel van dien klaren dag is bewolkt, alsof plotseling een wolkenfloers dien hemel

Sluiten