Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zichzelf en onder eede. Zoo dreigt deze discipel in zijn levenscrisis onder te gaan. Neen, ik ben niet van plan den eersten steen op hem te werpen. Deze handelwijze is volkomen in de lijn van den man die eerst jubelend over de zee wandelt, maar dan ziende op den sterken wind, bevreesd wordt en wegzinkt. In de lijn van den man die, als Jezus spreekt over Zijn naderend lijden, durft zeggen: Heer, wees u genadig! dit zal U geenszins geschieden; die in Gethsémane niet één uur met Zijn Heer kan waken. Want het vleesch is zwak, en daarom kan Petrus geen martelaar zijn. Maar welk een onrust komt ons tegen uit deze regels! En nu zinkt het heele tafreel van de binnenplaats van den hoogepriester voor mijn oogen weg. Nu zie ik mijzelf in het gewoel van de wereld. Ik zie mijzelf uitgaan als de hooggestemde mensch, het hart vol idealen, zoeker van de waarheid en het recht, nobele kampvechter voor al wat edel en rein is. Ik herinner mij hoe ik in 't oog van de menschen met sterken arm het zwaard durf hanteeren, en misschien de menigte weet te imponeeren. Ik lijk heel wat. Maar stil: het is voor een oogenblik. Onder het harnas beeft het zwakke vleesch. Mijn hand omklemt nog het zwaard, maar mijn hart is reeds bezig te capituleeren. De slagen worden al matter—de overgave is feitelijk reeds een voldongen feit. Neen — zij houden gen stand, mijn hooge stemming, mijn idealen, mijn dorst naar waarheid en recht. En ik ben geneigd te zuchten: O God, waarom toont Gij mij in dezen Petrus, die driemalen zijn Heer verloochent, zoo onbarmhartig duidelijk mijn eigen beeld? Waarom laat Gij mij, die toch zoo anders gewild en gehoopt had, hier zitten als den zondeslaaf, dien het spel der zinnen heeft verbijsterd? Als den zwakkeling, die geen „neen" kon zeggen tegen de aanvechtingen? Waarom zijt

Sluiten