Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons eens en voorgoed hebben ingeprent, dat er geen licht is en zelfs Hij, zelfs die stralende, ook een vervloekte, zooals wij allemaal, omdat de dood alles en alles dooft, zelfs Zijn innerlijk licht.

Als ooit iemand geneigd zou zijn om van een goeden God te spreken, die naar de dappere trouwe strijders in deze zwarte wereld Zijn hand op 't kritieke oogenblik wel uitsteken zal, — zou die hier niet voorgoed tot zwijgen worden gebracht?

Dat iemand jong sterft is droevig, maar dat zóó iemand zóó sterft en dan zóó iets moet zeggen, terwijl hij sterft, — dat is een hopeloos verdriet en het eind van alle blijmoedig idealisme, dat nog onder menschen wonen mocht.

En toch vertellen de tijdgenooten het leven en sterven van dezen Jezus en noemen hun verhaal „blijde tijding", Evangelie, en bedoelen dat niet sarcastisch.

Alleen om de allerlaatste episode, die Paschen heet, noemen zij het zoo. Die volslagen onbegrijpelijke, onberedeneerbare, verstandelijk-niet-hanteerbare, d.i. goddelijke omzetting is Paschen. De daad „Jezus" van den geheimzinnigen verborgen God uit in de wereld, in den nacht van de wereld, in de allerzwartste verlatenheid, breekt door alle vloek heen — maar dan ook er door heen en als het zwarte openbreekt, stroomt het licht van een wonderlijke genade naar buiten; daar op Paschen staat die vreemde Jezus te glanzen. En die het gezien hebben steken de hoofden op, zij hebben méér dan de wreede werkelijkheid; het doodvonnis van heel de wereld, van heel het vertrapte Israël, van heel hun heerlijken Jezus is opengebroken in een vlammende oplossing. Dat is Paschen.

En zeg nu maar: „mannen, je hebt gedroomd"; dat hebben ze tot de eerste getuigen al dadelijk gezegd en

Sluiten