Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REMMEN MOTORRIJTUIG

Geen rem is vereischt voor:

a. éénassige aanhangwagens met een wieldruk van hoogstens 350 kg;

b. aanhangwagens gebezigd bij militaire oefeningen;

c. aanhangwagens voortbewogen door een stoomof motorwals* of een landbouwtractor*;

d. verhuiswagens,* kermis- en circuswagens;*

(Art. 12 lid 3a, 4, 6 en 8 Regl.).

Rem rijwielen.

Van een krachtig werkende rem moet voorzien zijn:

a. een rijwiel met een vrijwiel-inrichting;

b. bakfietsen en rijwielen met zijspan- of achterspanwagen. (Art. 13 lid lb en 2a.)

Remmen motorrijtuig.

Een motorrijtuig moet voorzien zijn van twee onafhankelijk onafhankelijk van elkaar werkende remmen. De werkende rembedieningstoestellen (bedrijfs- en parkeerrem) men moeten zich onmiddellijk onder bereik van den bestuurder bevinden. (Art. 12 lid 2d. Regl.).

Een der remmen moet rechtstreeks werken op:

a. bij motorrijwielen, tenminste op één wiel of op onmiddellijk daarmede verbonden remschijven of -trommels;

b. bij auto's, tenminste op twee aan dezelfde as verbonden wielen of op onmiddellijk daarmede verbonden remschijven of -trommels.

(Art. 12 lid 3 Besch.).

De parkeerrem mag alleen mechanisch werken parkeerrem zonder eenige hulpkrachtinrichting anders dan langs mechanischen weg. De parkeerrem moet in aangezetten stand kunnen worden vastgezet. (Art.

12 lid 2 Besch.).