Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERKEERSTEEKENS POLITIE

het onderste licht op- of doorrijden,

het bovenste licht stop en het middelste als onder 2e omschreven.

Bij een opstelling in vakken (linksaf, rechtuit en pijlen rechtsaf, doorhalen of gedeeltelijk gecombineerd)

kan voor het desbetreffende vak een groene pijl ontbranden ten teeken van door- en oprijden in de richting welke de pijl aangeeft.

Voor het rechtuitgaande verkeer moet deze pijl omlaag wijzen.

Voor het oprijdende verkeer kan door middel van tramsein een rooden transparant een waarschuwingssein worden gebezigd, bestaande uit een driehoek met verticale balk, waaronder het woord tram, ten teeken, dat een tramwagen dat oprijdende verkeer gaat kruisen.

Indien ter regeling van het voetgangersverkeer voetgangerslantaarns worden gebezigd, wordt er slechts van seinen twee lichtsoorten gebruik gemaakt t.w.:

Ie. groen licht, aangevende dat oversteken door

voetgangers veilig kan geschieden;

2e. rood licht, aangevende dat oversteken door voetgangers niet veilig kan geschieden.

Het roode licht verschijnt in de lantaarn boven de plaats van het groene licht.

(Art. 42 Besch.).

Verkeersteekens politie.

Het collectief-stopteeken ter regeling van het coUectict verkeer, bestaat uit het ongeveer horizontaal uit- st°Pteeken strekken van één der armen loodrecht op de rijrichting van het verkeer of beide armen loodrecht op de rijrichtingen van het verkeer dat stopppen Fig. 33 moet.

Voor dit verkeer kan ook een rood bord, waarop stopbord