Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORRANG

Fig. 51

acht te nemen, dat de verkeersvrijheid niet wordt belemmerd en de veiligheid op den weg niet in gevaar wordt gebracht.

Bij richtingverandering is men verplicht zoo richtingverannoodig door langzamer te rijden of te gaan of door dering te stoppen, den doorgang voor zich langs vrij te houden:

a. voor het tegemoetkomende verkeer;

b. voor het verkeer, dat zich naast hem mocht

bevinden;

c. voor het inhalende verkeer, dat bij het inhalen

reeds naar links is uitgeweken,

een en ander voorzoover dit verkeer de richting van den weg volgt. (Art. 24 Regl.)

Bij nadering van een plaatselijke vernauwing aangeduide in den weg (b.v. smalle brug of bij een opbreking), voorrang en aangeduid door de borden 66 en 77 der bijlage,