Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch toen hij in de straat liep, op weg naar het station, moest hij zich geweld aandoen, en al zijn geestkracht oproepen om niet in tranen uit te barsten, en op het trottoir ineen te zakken. Het hielp niet of hij zich al voorhield, dat hij haar morgen terug zou zien. „Nee ! Nee !" kreet heel zijn wezen. „Ik kan geen uur leven zonder haar !"

Nu begon hij zich te verwijten, dat hij het uitstapje op touw had gezet. Inderdaad, overwoog hij, het was gevaarlijk; twee, drie dagen met haar samen te zijn. Hij had zich gewend aan haar tegenwoordigheid, en zijn liefde was in ontstellende mate toegenomen. Zijn liefde werd langzamerhand te zwaar voor hem om te dragen.

In allen ernst overwoog hij, zichzelf het leven te benemen. Hij verwierp deze gedachte, en hield zich voor, dat hij leven moest voor haar. Doch hij wankelde als een dronken man; het scheelde weinig of hij was onder een auto terecht gekomen; hij murmelde als een dwaas voor zich heen; en sleepte moeizaam zijn valies met zich mee — hij had te voet willen gaan, om zich niet zoo snel van het hotel te verwijderen — méér dan eens stond hij op het punt terug te keeren.

De trein beteekende een nog veel erger kwelling voor hem. Te weten dat niéts dien trein in zijn vaart kon tegenhouden, dat de trein als een koppig, eigenzinnig, onverbiddelijk monster, doof voor zijn smeekingen, hem met iedere wenteling der assen verder wegvoerde van

Sluiten