Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na lange aarzeling besloot Bakowski tenslotte den raad in te winnen van dokter Feuerlöscher, een zenuwspecialist, bekend schrijver van een werk, dat in de kringen der psychologen veel van zich had doen spreken. Hij was een jong Hongaarsch geleerde, verbonden aan het hospitaal van de „Salpétrière", waar hij wegens studiedoeleinden vertoefde, en zich hoofdzakelijk interesseerde voor gevallen van hysterie.

Bakowski wilde op zijn gemak met hem kunnen spreken, en daar zij beiden overdag druk bezet waren, had Dr. Feuerlöscher hem voorgesteld 's avonds na het diner te komen.

Toen Bakowski de studeerkamer van den psychiater betrad stond hij tegenover iemand die hem onmiddellijk een levendige sympathie inboezemde. Als dokter bestudeerde hij den ander reeds, en hij vroeg zich af hoe oud hij kon zijn. De Hongaar had het gezicht en de gestalte van iemand van dertig, maar de dichte, welverzorgde, licht gekrulde en naar achteren geborstelde haren waren geheel grijs en wekten den indruk, dat hij niet ver van de zestig kon zijn. Zijn doordringende blik deed niet onaangenaam aan, en zijn lange, slanke handen waren in eigenaardige tegenspraak met zijn driftige bewegingen die evenals zijn manier van spreken getuigden, dat hij gewoon was recht op zijn doel af te gaan. De stem had dien eigenaardigen hypnotiseerenden klank, dien Bakowski maar al te goed kende.

In zijn hart benijdde hij den ander. Met een derge-

Sluiten